maandag 29 februari 2016
Wat is oorlog?
Wat is oorlog?
Ik heb een bron gevonden waar veel geschreven
wordt over kinderen en oorlog. Er staan ook vragen bij die je aan kinderen in
de klas kan stellen om hen dieper over oorlog te laten nadenken zoals
bijvoorbeeld over kindsoldaten: ‘Waarom zouden de kindsoldaten niet boos worden
en weglopen uit het leger? Bedenk enkele redenen.’ Ik botste ook op deze uitleg over oorlog.
Wat is oorlog? Oorlog is een strijd. Een strijd tussen mensen, die van
mening verschillen en die mening aan anderen op willen leggen. We spreken ook
wel van gewapende conflicten. Mensen voeren oorlog over godsdienst, tussen
Christenen en Moslims en de Katholieken en Protestanten. Er is oorlog over
afkomst, tussen de verschillende etnische bevolkingsgroepen, zoals de Hutu’s en
de Tutsí’s in Afrika en de Turken en de Koerden in Europa. Er is oorlog over
grondgebied en grondstoffen. Over de rijkdommen van de aarde zoals goud, water,
en olie. Er is oorlog om de
macht en invloed en ter verdediging van je land.Tijdens de oorlog wordt niets en niemand ontzien: soldaten en burgers, volwassenen
en kinderen, iedereen loopt gevaar. Er worden allerlei wapens ingezet, van tanks en
mortieren tot atoombommen en biologische wapens. De strijd kan tussen legers gaan,
of tussen hele bevolkingsgroepen.
Op de site van Van
Dale vind ik het volgende:
oor·log (de; m; meervoud: oorlogen)
-
strijd
tussen twee of meer volken: oorlog voeren; in oorlog zijn met; heilige oorlog
omwille van het geloof gevoerd;
http://www.cmo.nl/pdw/pdf/bob_kinderenenoorlog_sam_gs.pdf
geraadpleegd op 29/02/2016
http://www.vandale.nl/opzoeken?pattern=oorlog&lang=nn
geraadpleegd op 29/02/2016
vrijdag 26 februari 2016
De invloed van oorlog op mensen
De invloed van oorlog op mensen
Er is
ontzettend veel onderzoek gedaan naar de Tweede Wereldoorlog zelf. Maar slechts
heel weinig naar de effecten die een oorlog van deze omvang op heel lange
termijn op burgers heeft. Een nieuw onderzoek brengt daar verandering in.
Het onderzoek
De onderzoekers bestudeerden de gegevens van 20.000 ouderen, afkomstig uit twaalf verschillende Europese landen, waaronder Nederland. Sommige ouderen woonden in een land dat onder de oorlog te lijden had gehad. Andere ouderen hadden weinig van de Tweede Wereldoorlog meegekregen. De onderzoekers bestudeerden onder meer de financiële toestand en gezondheid waar de ouderen later in hun leven mee te maken hadden.
De onderzoekers bestudeerden de gegevens van 20.000 ouderen, afkomstig uit twaalf verschillende Europese landen, waaronder Nederland. Sommige ouderen woonden in een land dat onder de oorlog te lijden had gehad. Andere ouderen hadden weinig van de Tweede Wereldoorlog meegekregen. De onderzoekers bestudeerden onder meer de financiële toestand en gezondheid waar de ouderen later in hun leven mee te maken hadden.
Effecten
Al snel werd duidelijk dat de oorlog zijn sporen na had gelaten. Zo bleken ouderen die in een land leefden dat onder de oorlog te lijden had gehad (bijvoorbeeld doordat er te weinig eten was of ze hun huis kwijt raakten) drie procentpunten meer kans te hebben op diabetes dan ouderen die de oorlog niet van dichtbij hadden meegemaakt. De kans op depressie bleek voor deze ouderen zelfs 5,8 procentpunten groter te zijn. Ook de kans op hartziekten was groter. En omdat tijdens de oorlog veel mannen sneuvelden, nam de kans dat vrouwen in voormalige oorlogslanden konden trouwen, af. Vandaar dat ook de kans dat overlevenden van de oorlog trouwden, kleiner was. De oorlog liet ook een hoop kinderen zonder vaders achter. Dat resulteerde in lagere opleidingsniveaus.
Al snel werd duidelijk dat de oorlog zijn sporen na had gelaten. Zo bleken ouderen die in een land leefden dat onder de oorlog te lijden had gehad (bijvoorbeeld doordat er te weinig eten was of ze hun huis kwijt raakten) drie procentpunten meer kans te hebben op diabetes dan ouderen die de oorlog niet van dichtbij hadden meegemaakt. De kans op depressie bleek voor deze ouderen zelfs 5,8 procentpunten groter te zijn. Ook de kans op hartziekten was groter. En omdat tijdens de oorlog veel mannen sneuvelden, nam de kans dat vrouwen in voormalige oorlogslanden konden trouwen, af. Vandaar dat ook de kans dat overlevenden van de oorlog trouwden, kleiner was. De oorlog liet ook een hoop kinderen zonder vaders achter. Dat resulteerde in lagere opleidingsniveaus.
Sociale klasse
De onderzoekers keken ook welke sociale klasse de meeste hinder ondervond van de oorlog. “Hoewel een gebeurtenis van deze omvang alle sociale klassen in Europa raakt, suggereert ons bewijs dat de ernstigste effecten van de oorlog de laatste decennia het meest voelbaar waren in de middenklasse, op de voet gevolgd door de lagere klasse,” aldus onderzoeker James Smith.
De onderzoekers keken ook welke sociale klasse de meeste hinder ondervond van de oorlog. “Hoewel een gebeurtenis van deze omvang alle sociale klassen in Europa raakt, suggereert ons bewijs dat de ernstigste effecten van de oorlog de laatste decennia het meest voelbaar waren in de middenklasse, op de voet gevolgd door de lagere klasse,” aldus onderzoeker James Smith.
“Oorlog heeft heel veel opmerkelijke consequenties,” merkt onderzoeker Iris
Kesternich op. “Maar het heeft ook invloed op de gezondheid en het welzijn van
de overlevenden gedurende de rest van hun leven.” Onderzoeker Bettina Siflinger
voegt toe: “Het is belangrijk dat we deze informatie over de overlevenden van
oorlogen verzamelen, omdat we zo dit lijden op lange termijn beter kunnen
begrijpen.” Smith: “Wanneer we enkel direct na de oorlog de kosten van een
oorlog in kaart brengen, onderschatten we de complete kosten van een oorlog
enorm.”
-
Bronnen:
Ø Kraaijvanger C. (2014). WOII drukt zelfs nu nog een stempel op de
mentale en fysieke gezondheid van ouderen. Geraadpleegd op 26 februari
2016, van http://www.scientias.nl/woii-drukt-zelfs-nu-nog-een-stempel-op-de-mentale-en-fysieke-gezondheid-van-ouderen/
Ø
RAND Office of Media Relations (2014) Lasting Consequences of World War II Means
More Illness, Lower Education and Fewer Chances to Marry for Survivors. Geraadpleegd op 26 februai 2016, van http://www.rand.org/news/press/2014/01/21/index1.html
Mijn ervaring, deel 1
Mijn ervaring, deel
1.
De sessies
De eerste week van het keuzetraject Ten Oorlog zit erop. Ik
ben aan deze week begonnen, niet goed wetend wat te verwachten. De eerste
sessie werd er vooral uitleg gegeven over hoe het keuzevak ging verlopen. Aan duidelijke
uitleg en verwachtingen vooraf heb ik nood zodat ik goed weet wat er van mij
verwacht wordt en ik denk dat iedereen deze uitleg
apprecieerde. Tijdens
de tweede sessie hebben we met de groep gebrainstormd over het thema ‘oorlog’.
We hebben in mindmaps alles opgeschreven waar we aan dachten zodat alle
informatie gestructureerd per subthema op papieren stond. We krijgen heel veel
informatie ineens en in het begin vond ik het moeilijk om me hier constant bij
te concentreren. Maar de volgende sessie ging dat al beter. Als ik mijn laptop
erbij neem dan kan ik noteren wat me interesseert en kan ik ondertussen er
dingen over opzoeken. Tijdens de sessie over de Eerste Wereldoorlog begon ik
een beeld te krijgen over welk thema ik mijn lesideeën wou uitwerken namelijk
Vluchten en (achter)Blijven. Door er dingen over op te zoeken en er wat over te
brainstormen wordt mijn thema alsmaar duidelijker en krijg ik meer zin om aan
de lesideeën te beginnen.
De blog
In het begin stond ik wat onzeker tegenover de blog. Ik wist
niet goed wat ik erop moest zetten en wat niet en of het goed zou zijn of niet.
Maar nadat ik de eerste paar posts plaatste, was mijn onzekerheid weg. Ik
zet erop wat ik interessant vind en wat ik de moeite vind om met de anderen te
delen. Ik lees graag wat de rest van de groep post en welke reacties erop
komen. Ik reageer ook af en toe zelf als ik er iets over wil zeggen. Ik ben er
vrij veel een toch wel graag mee bezig, meer en liever dan ik had verwacht. De
blog is voor mij tot nu toe een aangename werkvorm.
Extramurale
activiteit
Ik vond het moeilijk om een activiteit te vinden die me
aanspreekt, die ik nog niet bezocht heb en die een beetje aansluit bij mijn
thema. Met Shauni ga ik de lesideeën uitwerken en we hebben uiteindelijk de
Dossinkazerne in Mechelen gevonden om te bezoeken. Ons bezoek vindt deze namiddag plaats.
Een post over het bezoek volgt dus nog.
Binnenplaats van Kazerne Dossin.
donderdag 25 februari 2016
Hitlerjugend
Hitlerjugend
De Hitlerjugend (Nederlands: Hitlerjeugd) was de nationaalsocialistische jeugdbeweging in Duitsland. De meisjesorganisatie Bund Deutscher Mädel was een onderdeel van de Hitlerjugend.
De Hitlerjugend werd in 1922 opgericht, maar stelde de eerste jaren niet veel voor. Op 27 juli 1926 werd de Hitlerjugend pas door Adolf Hitler goedgekeurd. In 1932, het laatste jaar van de Weimarrepubliek, had de Hitlerjugend ongeveer 100.000 leden. Dat was niet veel vergeleken met de ongeveer tien miljoen leden van de Reichsausschuß Deutscher Jugendverbände (de rijksorganisatie voor Duitse jeugdverenigingen). In geen enkel ander land bestond in die jaren een jeugdbeweging die zo vitaal en omvangrijk was als deze Jugendverbände. Maar Hitler hechtte grote waarde aan het nazificeren van deze jeugdbeweging: na de machtsovername door de NSDAP zou daar snel verandering in komen.
[…]
Lidmaatschap van de Hitlerjugend werd verplicht in 1939 voor alle jongeren boven zeventien jaar, en in 1941 voor alle jongeren ouder dan tien jaar. Toch wisten nog vier miljoen jongeren buiten de Hitlerjugend te blijven, ondanks de zware straffen die ze hiermee riskeerden. Wie zich toch niet aanmeldde, werd door de Hitlerjugend van het huisadres opgehaald en in een demonstratieve stoet meegenomen. […]
Het doel van de Hitlerjugend
Het doel van de Hitlerjugend was de totale omvorming, indoctrinatie
en gelijkschakeling van de jeugd om hen geschikt
te maken voor de doeleinden die de nazi's nastreefden: onverschrokken,
gewetenloos en willoos 'kanonnenvlees', overal inzetbaar. Doordrongen van de
nazi-ideologie en blindelings gehoorzaam aan de partij. De stalinisten
en latere maoisten
hadden trouwens soortgelijke jeugdafdelingen waar dezelfde doelstellingen
werden nagestreefd.
In een krantencommentaar stond eens:
"Nooit
kijkt de Führer vriendelijker, nooit lacht hij zo, dan wanneer hij uitkijkt
over zijn jeugd en hun stralende gezichten ziet."
Hieruit blijkt dat de Duitse jeugd voor Hitler erg belangrijk was. Hij
vergeleek hen met de zon en het licht. Von Schirach noemde de NSDAP eens de
partij van de jeugd.
Jongens moesten al snel voorbereid worden op het leven van een Duits
soldaat, die zonder nadenken de bevelen van de Führer opvolgt. Meisjes moesten
worden opgeleid tot gezonde vrouwen: die moesten zorgen voor zo veel mogelijk Arische
kinderen. De jeugd moest worden bijgebracht dat sterven voor het vaderland het
allerhoogste goed was en de hoogste eer die een man kon behalen. Eens zou die
jeugd namelijk de leiding vormen van het Grootduitse Rijk en alles waarvoor het
nationaalsocialisme zich zo had ingespannen. Ze moesten worden opgeleid om de
Führer en het Reich te dienen. Daarom hechtten de nationaalsocialisten grote
waarde aan het vormen van een volgzame en met nazi-ideeën geïndoctrineerde
jeugd. Zo verklaarde Hitler tijdens een interview:
"Mijn pedagogiek is hard. Het zwakke moet weggeslagen worden. In
mijn Ordensburgen zal een jeugd opgroeien die de wereld zal heugen. Een
gewelddadige, wrede, onverschrokken jeugd wil ik. De jeugd moet dat alles zijn.
Pijn en moeite moet zij kunnen verdragen. Er mag niets zwaks en teers aan haar
zijn. Hun blik moet weer even scherp worden als die van een vrij en herrisch
roofdier. Sterk en mooi wil ik mijn jeugd zien. Zo kan ik het nieuwe scheppen."
Niet alleen op school moest de jeugd worden opgevoed in de geest van het
nationaalsocialisme, maar ook in hun vrije
tijd. Dat was het doel van de Hitlerjugend, alle jongeren in elke fase van hun
ontwikkeling aan de nazi-staat binden en onderwerpen aan een gerichte
indoctrinatie. In de wet over de Hitlerjeugd stond onder andere:
"De
gehele Duitse jeugd wordt georganiseerd in de Hitlerjeugd. De Duitse jeugd zal
niet alleen worden grootgebracht door gezin en school, maar ook lichamelijk,
geestelijk en moreel worden opgevoed binnen de Hitlerjeugd."
Affiches van de Arische kinderen uit de Hitlerjugend als ideaalbeeld.
- Bronnen:
>Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hitlerjugend, geraadpleegd op 25 februari 2016
> Schooltv: http://www.schooltv.nl/files/Infoblok/Voortgezet_onderwijs/Geschiedenis/2011_d_EW_hitlerjugend_WO.pdf geraadpleegd op 24 februari 2016
De jeugd is de toekomst en dat besefte Hitler maar al te goed. Om zijn groot rijk te behouden en groter te maken, richtte hij zich ook op de kinderen. Kinderen werden verplicht naar deze jeugdbeweging te gaan zodat ze goed voorbereid waren op het verdedigen en uitbreiden van het Duitste rijk. Kinderen passen zich makkelijk aan en zijn makkelijk beïnvloedbaar. Op deze manier wordt het nazisme met de paplepel meegegeven en kennen ze niks anders. Een goede strategie om je rijk te verzekeren.
woensdag 24 februari 2016
Vluchtelingenstroom Eerste Wereldoorlog + De bril van Martin
We zien bij de vluchtelingen nu die naar België komen dat ze familie moeten achterlaten doordat ze niet meer veilig zijn in hun land door oorlog net zoals de Belgen in 1914. In het filmpje zijn beelden te zien van ouders met kinderen die lang onderweg zijn en met niet veel bezittingen aankomen in Nederland. Deze beelden zijn enorm gelijkend aan de beelden die we nu te zien krijgen van vluchtelingen.
Ook de reactie van de Nederlanders in eerst instantie is erg vergelijkbaar met die van velen van ons. 'Is dat wel veilig zo'n grote groep die naar hier komt? Kan dat zomaar?...' Maar Nederland bedacht als oplossing om vluchtoorden te bouwen en de Belgen te helpen. De tentenkampen en barakken die gebouwd werden toen doen me sterk denken aan de vluchtelingenkampen en tijdelijke noodkampen van nu.
Een verschil is wel dat de meeste vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog tijdelijk in een ander land woonden en de intentie hadden om na de oorlog terug naar huis te keren. Dit is in deze tijd anders. De vluchtelingen gaan naar een ander land en zijn van plan daar te blijven en een nieuw leven op te bouwen.
Ik wil nog vermelden dat er momenteel een goed programma op tv is met Martin Heylen, De Bril van Martin, genaamd. Je kan de afleveringen bekijken op vier.be. Ik vind dit programma een aanrader omdat er twee kanten van het verhaal verteld worden. De bewoners van Sijsele (de plaats waar veel vluchtelingen terecht zijn gekomen en waar noodkampen gemaakt zijn) vertellen hoe zij tegenover de vluchtelingen staan maar ook de vluchtelingen zelf komen aan het woord. Het programma toont hoe menselijk de vluchtelingen ook maar zijn en hoe makkelijk we dat vergeten. Het is leuk om te zien niet enkel hoe de vluchtelingen zich aanpassen aan België maar ook hoe de mensen van Sijsele zich aanpassen aan de vluchtelingen.
http://www.vier.be/debrilvanmartin
Naar school gaan tijdens de Eerste Wereldoorlog
Onderwijs
Tijdens de Eerste Wereldoorlog stond het onderwijs in de bezette gebieden op een laag pitje. Heel wat leraars hadden zich bij het begin van de oorlog opgegeven als vrijwilliger of waren met hun gezin op de vlucht, waardoor er in veel scholen een tekort was aan leerkrachten. Interim leerkrachten en kloosterzusters werden ingezet om het tekort aan onderwijzend personeel op te vangen.
Daarnaast werden er ook veel schoolgebouwen opgeëist door de Duitse bezetter als lazaret of opslagplaats. In Hooglede, Sleihage, werd de school door de Duitsers gebruikt om paarden te stallen en als kantine voor de soldaten. In Oekene werd de gemeenteschool een ziekenhuis voor tyfuspatiënten. De schoolinfrastructuur overleefde de Duitse overname vaak niet: heel wat lessenaars werden tot brandhout herleid. Boeken, schriften en ander materiaal werd vaak kriskras op grond gegooid.
Door het tekort aan klaslokalen moesten de scholen noodgedwongen uitwijken naar alternatieve locaties zoals cafés, winkels en barakken. Zo moest de school in Dadizele rond Pasen 1917 haar activiteiten verplaatsen naar herbergen en bakkerijen, en werd in Ingelmunster de sacristie tijdelijk als school gebruikt. In Roeselare werd lesgegeven op wel 20 verschillende locaties verspreid over de stad.
Door de oorlog was het vaak ook gevaarlijk voor leerlingen om naar school te gaan; veel kinderen moesten noodgedwongen thuis blijven bij hun ouders. Voor de oorlog gingen er bijvoorbeeld veel kinderen uit Izegem te voet naar het Klein Seminarie in Roeselare. Tijdens de oorlog kon dit niet meer, omdat inwoners niet meer vrij over de gemeentegrenzen heen mochten bewegen. De leerplicht was niet lang voor de oorlog ingevoerd, maar was nog niet ingeburgerd. Veel ouders vonden dan ook dat de kinderen best thuis een handje konden helpen, zeker als de kostwinner van het gezin aan het front zat. Soms kregen de kinderen thuis les van een behulpzame onderwijzer of dokter.
Tijdens de oorlog werd het onderwijs soms hervat op initiatief van de scholen zelf, of op aandringen van de Duitsers. De bezetter deed dat vooral uit eigenbelang: kinderen die zich op straat begaven, liepen de soldaten enkel voor de voeten. Indien kinderen bijgevolg de dupe werden van militaire feiten, kon dit bovendien anti-propraganda aanwakkeren, iets wat de Duitsers tegen elke prijs wilden vermijden. Bovendien haalden de niet schoolgaande kinderen ook dikwijls kattenkwaad uit, waarvoor ze soms streng gestraft werden door de Duitsers. Om zoveel mogelijk kinderen op school en van de straat te houden, herinnerden ze de bevolking er op verschillende manieren aan dat er een leerplicht was. Directeur Emile Benoot moest hierover op 28 oktober 1916 in zijn wereldlijke school voor jongens in Roeselare een speciale plakbrief afficheren, en moest aan zijn leerlingen uitleggen dat ze naar de les moesten komen.
Wanneer scholen heropenden waren er soms delen van de school bezet voor de inkwartiering van Duitse soldaten. Dit had als gevolg dat er reglementen moesten gemaakt worden: zo werd er slechts enkele uren per dag les gegeven, en was er geen speeltijd. De kinderen kregen als compensatie veel huiswerk mee.
Tijdens de oorlog waren er ook veel kinderen op de vlucht. In het buitenland, zoals in La Rochelle in Frankrijk, werden Vlaamse scholen opgericht, waar de kinderen in hun moedertaal les konden volgen. Ook in de BIE-regio gingen heel wat kinderen van vluchtelingen uit andere regio’s naar school. De Heilig Hart school van de Grauwzusters, bijvoorbeeld, telde veel kinderen die gevlucht waren uit Ieper onder haar leerlingen.
- Bron:
Veertien achttien, Onderwijs, http://veertienachttien.be/nl/themas/onderwijs
Ik vind dit artikel interessant omdat het betrekking heeft op leerkrachten en leerlingen. Stel je eens voor dat je in die tijd lesgaf en je de klas en school moest omruilen voor een café of winkel waar je les moest geven omdat de Duitsers de schoolgebouwen gebruikten als bijvoorbeeld stallen voor hun paarden.
Daarnaast werden er ook veel schoolgebouwen opgeëist door de Duitse bezetter als lazaret of opslagplaats. In Hooglede, Sleihage, werd de school door de Duitsers gebruikt om paarden te stallen en als kantine voor de soldaten. In Oekene werd de gemeenteschool een ziekenhuis voor tyfuspatiënten. De schoolinfrastructuur overleefde de Duitse overname vaak niet: heel wat lessenaars werden tot brandhout herleid. Boeken, schriften en ander materiaal werd vaak kriskras op grond gegooid.
Door het tekort aan klaslokalen moesten de scholen noodgedwongen uitwijken naar alternatieve locaties zoals cafés, winkels en barakken. Zo moest de school in Dadizele rond Pasen 1917 haar activiteiten verplaatsen naar herbergen en bakkerijen, en werd in Ingelmunster de sacristie tijdelijk als school gebruikt. In Roeselare werd lesgegeven op wel 20 verschillende locaties verspreid over de stad.
Door de oorlog was het vaak ook gevaarlijk voor leerlingen om naar school te gaan; veel kinderen moesten noodgedwongen thuis blijven bij hun ouders. Voor de oorlog gingen er bijvoorbeeld veel kinderen uit Izegem te voet naar het Klein Seminarie in Roeselare. Tijdens de oorlog kon dit niet meer, omdat inwoners niet meer vrij over de gemeentegrenzen heen mochten bewegen. De leerplicht was niet lang voor de oorlog ingevoerd, maar was nog niet ingeburgerd. Veel ouders vonden dan ook dat de kinderen best thuis een handje konden helpen, zeker als de kostwinner van het gezin aan het front zat. Soms kregen de kinderen thuis les van een behulpzame onderwijzer of dokter.
Tijdens de oorlog werd het onderwijs soms hervat op initiatief van de scholen zelf, of op aandringen van de Duitsers. De bezetter deed dat vooral uit eigenbelang: kinderen die zich op straat begaven, liepen de soldaten enkel voor de voeten. Indien kinderen bijgevolg de dupe werden van militaire feiten, kon dit bovendien anti-propraganda aanwakkeren, iets wat de Duitsers tegen elke prijs wilden vermijden. Bovendien haalden de niet schoolgaande kinderen ook dikwijls kattenkwaad uit, waarvoor ze soms streng gestraft werden door de Duitsers. Om zoveel mogelijk kinderen op school en van de straat te houden, herinnerden ze de bevolking er op verschillende manieren aan dat er een leerplicht was. Directeur Emile Benoot moest hierover op 28 oktober 1916 in zijn wereldlijke school voor jongens in Roeselare een speciale plakbrief afficheren, en moest aan zijn leerlingen uitleggen dat ze naar de les moesten komen.
Wanneer scholen heropenden waren er soms delen van de school bezet voor de inkwartiering van Duitse soldaten. Dit had als gevolg dat er reglementen moesten gemaakt worden: zo werd er slechts enkele uren per dag les gegeven, en was er geen speeltijd. De kinderen kregen als compensatie veel huiswerk mee.
Tijdens de oorlog waren er ook veel kinderen op de vlucht. In het buitenland, zoals in La Rochelle in Frankrijk, werden Vlaamse scholen opgericht, waar de kinderen in hun moedertaal les konden volgen. Ook in de BIE-regio gingen heel wat kinderen van vluchtelingen uit andere regio’s naar school. De Heilig Hart school van de Grauwzusters, bijvoorbeeld, telde veel kinderen die gevlucht waren uit Ieper onder haar leerlingen.
- Bron:
Veertien achttien, Onderwijs, http://veertienachttien.be/nl/themas/onderwijs
Ik vind dit artikel interessant omdat het betrekking heeft op leerkrachten en leerlingen. Stel je eens voor dat je in die tijd lesgaf en je de klas en school moest omruilen voor een café of winkel waar je les moest geven omdat de Duitsers de schoolgebouwen gebruikten als bijvoorbeeld stallen voor hun paarden.
Abonneren op:
Posts (Atom)

